1. Als medeplichtige wordt gestraft wie:
    1. opzettelijk helpt bij het plegen van het misdrijf;
    2. opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen geeft om het misdrijf te plegen;
    3. opzettelijk het misdrijf bevordert of makkelijker maakt.
  2. Bij medeplichtigheid heeft de verdachte geholpen bij het strafbare feit van een ander. Zijn rol is duidelijk kleiner dan die van de hoofdverdachte.
  3. Bij medeplichtigheid wordt de straf met 30% verminderd.
  4. Als dader wordt gestraft wie:
    1. het feit pleegt, laat plegen of medepleegt;
    2. het feit opzettelijk uitlokt door giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging of misleiding, of door gelegenheid, middelen of inlichtingen te geven.
  5. Van medeplegen is sprake als twee of meer personen samen een strafbaar feit plegen in bewuste en nauwe samenwerking.
  6. Daders en medeplegers worden gestraft volgens de strafbepaling van het betreffende artikel.
  7. Is er tijdens een strafzaak onduidelijkheid over medeplegen of medeplichtigheid, dan beslist een hulpofficier van Justitie, Officier van Justitie of in het uiterste geval een rechter.