1. Niet strafbaar is een persoon die:
    1. een feit begaat dat hem wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens niet kan worden toegerekend (ontoerekeningsvatbaarheid, art. 39 Sr);
    2. een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen (art. 40 Sr);
    3. een feit begaat dat geboden is door de noodzakelijke verdediging van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding (noodweer, art. 41 lid 1 Sr);
    4. de grenzen van de noodzakelijke verdediging overschrijdt, als dat het onmiddellijk gevolg is van een hevige gemoedsbeweging die door de aanranding is veroorzaakt (noodweerexces, art. 41 lid 2 Sr);
    5. een feit begaat ter uitvoering van een wettelijk voorschrift (art. 42 Sr);
    6. een feit begaat ter uitvoering van een ambtelijk bevel, gegeven door het daartoe bevoegde gezag (art. 43 lid 1 Sr).
      1. Een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel heft de strafbaarheid niet op, tenzij de ondergeschikte het te goeder trouw als bevoegd beschouwde en de uitvoering binnen zijn taken viel (art. 43 lid 2 Sr).

Toelichting

  • Bij noodweer moet de verdediging in verhouding staan tot de aanval (proportionaliteit) en mag er geen andere uitweg zijn (subsidiariteit).