1. Hij die, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen, door het aannemen van een valse naam of een valse hoedanigheid, door listige kunstgrepen of door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt:

    1. tot de afgifte van enig goed;
    2. tot het verlenen van een dienst;
    3. tot het ter beschikking stellen van gegevens;
    4. tot het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een inschuld,

    wordt als schuldig aan oplichting gestraft.

Toelichting

  • Voorbeelden: je voordoen als monteur of agent om iets los te krijgen, een auto verkopen die niet van jou is, of betalen met een verzonnen verhaal.
  • Eén enkele leugen is meestal niet genoeg; het gaat om een samenstel van misleidende handelingen of een valse identiteit.
SoortCelstrafOf taakstrafBoete
Veroordeling15 maanden20 uur€ 2.500

Celstraf óf taakstraf: de taakstraf is een alternatief bij een eerste veroordeling of verzachtende omstandigheden, niet allebei. Zie strafbepaling, lid 3.