1. Hij die een ander bedreigt met openlijk geweld met verenigde krachten tegen personen of goederen, met een misdrijf tegen het leven gericht, met gijzeling, met zware mishandeling of met brandstichting, wordt als schuldig aan bedreiging gestraft.
  2. De bedreiging moet zo zijn dat bij de bedreigde redelijkerwijs de vrees kan ontstaan dat hij het slachtoffer zal worden.
  3. Is het slachtoffer een ambtenaar in functie, dan geldt een hogere straf (zie de tabel).

Toelichting

  • De bedreiging kan mondeling, schriftelijk, via de telefoon of met gebaren gebeuren, bijvoorbeeld door een wapen te tonen.
  • Ook een bedreiging die de dader niet van plan was uit te voeren, is strafbaar.
SoortCelstrafOf taakstrafBoete
Veroordeling15 maanden20 uur—
Slachtoffer is ambtenaar in functie20 maanden26 uur—

Celstraf óf taakstraf: de taakstraf is een alternatief bij een eerste veroordeling of verzachtende omstandigheden, niet allebei. Zie strafbepaling, lid 3.