1. Hij die opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt als schuldig aan vernieling gestraft.
  2. Met vernieling wordt gelijkgesteld het opzettelijk en wederrechtelijk doden, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken van een dier dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort.
  3. Is het goed of dier eigendom van de overheid, dan wordt de straf met 30% verhoogd.
  4. Bij een poging (art. 45 Sr) geldt een lagere straf (zie de tabel).

Toelichting

  • Denk aan het kapotschieten van banden, het inslaan van ruiten of het beschadigen van een politievoertuig.
SoortCelstrafOf taakstrafBoete
Veroordeling20 maanden25 uur—
Eigendom van de overheid26 maanden33 uur—
Poging14 maanden18 uur—

Celstraf óf taakstraf: de taakstraf is een alternatief bij een eerste veroordeling of verzachtende omstandigheden, niet allebei. Zie strafbepaling, lid 3.