Hij die in een woning of besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk daar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt als schuldig aan huisvredebreuk gestraft.
Heeft de rechthebbende de persoon twee keer gevorderd te vertrekken, dan is er al sprake van huisvredebreuk.
Als binnengedrongen wordt ook beschouwd: wie zich de toegang heeft verschaft door braak of inklimming, door valse sleutels of lockpicks, door een valse order of een vals kostuum, of wie zonder voorkennis van de rechthebbende, en anders dan ten gevolge van vergissing, 's nachts daar wordt aangetroffen.